prof. Katrien Lagrou, microbioloog
UZ Leuven en KU Leuven
Tijdens deze plenaire sessie krijgt u een overzicht van de recente evoluties in de microbiologische diagnostiek van respiratoire infecties door bacteriën, virussen en schimmels. We bespreken de performantie, interpretatie en beperkingen van klassieke en nieuwe diagnostische testen, inclusief point of care methoden en moleculaire technieken. Daarnaast gaan we in op de kansen en uitdagingen om respiratoire metagenomica te integreren in de routinekliniek, met aandacht voor workflow, interpretatie en klinische impact.
Leerdoelen:
- Na deze sessie kan de deelnemer de belangrijkste microbiologische diagnostische technieken voor respiratoire infecties
beschrijven en hun mogelijkheden en beperkingen toelichten.
- Na deze sessie kan de deelnemer de belangrijkste uitdagingen benoemen voor de implementatie van respiratoire
metagenomica in routine diagnostiek
Cédric Bosteels MD PhD, longarts
UZ Gent
Longartsen spelen een belangrijke rol in het vroegtijdig herkennen van patiënten met een onderliggende immuundeficiëntie. In deze voordracht bespreken we wanneer recidiverende of atypische luchtweginfecties aanleiding moeten geven tot verder onderzoek en/of verwijzing, met bijzondere aandacht voor primaire antilichaamdeficiënties. Daarnaast komen zowel de infectieuze als de niet-infectieuze pulmonale complicaties aan bod, evenals de multidisciplinaire aanpak en opvolging van deze patiënten.
Leerdoelen:
- De deelnemer kan alarmsignalen herkennen die wijzen op een onderliggende immuundeficiëntie bij patiënten met
recidiverende of atypische respiratoire infecties.
- De deelnemer kent de belangrijkste kenmerken van primaire antilichaamdeficiënties en weet wanneer verdere diagnostiek
of verwijzing aangewezen is.
- De deelnemer kan de belangrijkste infectieuze en niet-infectieuze pulmonale complicaties van immuundeficiënties
herkennen en opvolgen.
dr. Bram Goorhuis, Internist-infectioloog
Amsterdam UMC
Melioidose langs de Amerikaanse Golfkust. Coccidioidomycose in Washington State. Cryptococcus gattii in gematigde bossen. Pathogenen die we vroeger als tropische curiositeiten of importziekten kenden, vestigen zich in nieuwe gebieden en de kaart wordt elk jaar opnieuw getekend.
Klimaatverandering herschikt de epidemiologie van respiratoire infecties langs drie assen: geografische expansie van endemische pathogenen, verschuivende reservoir- en vectordynamiek bij zoönosen, en extreem weer als acute expositietrigger. Endemische mycosen vormen de meest zichtbare verandering, met piekincidenties na bosbranden en droogte-regen cycli, en een noordwaarts opschuivende endemiciteitsgrens die klassieke leerboekkaarten inhaalt. Bacteriële pathogenen volgen: Burkholderia pseudomallei wordt inmiddels autochtoon in de zuidelijke VS, en dichter bij huis zorgen warmere zomers en veranderende waterecologie voor stijgende meldingen van legionellose en niet-tuberculeuze mycobacteriën.
Virale zoönosen tonen de scherpste kant van het verhaal: hantavirus-uitbraken die El Niño-cycli volgen, hoogpathogene aviaire influenza die trekvogelroutes en melkveehouderijen bereikt, en bat-borne virussen zoals Nipah als paradigma voor spillover door ontbossing en klimaat, vaak met ARDS als eerste presentatie. Deze lezing schetst wat de longarts moet weten over pathogenen die niet langer “ergens anders” zijn, bij de reizende patiënt en steeds vaker in de eigen kliniek.
Leerdoelen:
- De drie belangrijkste mechanismen benoemen waarmee klimaatverandering de epidemiologie van respiratoire infecties
beïnvloedt.
- De klinische presentatie en diagnostische valkuilen herkennen van opkomende respiratoire pathogenen buiten hun
klassieke endemische gebied.
- Deze kennis toepassen in anamnese en differentiaaldiagnose bij patiënten met onverklaarde respiratoire klachten,
zowel bij de reiziger als in de eigen kliniek.
dr. Susanne Huijts, longarts
Máxima MC
Patiënten met chronische longziekten en/of gebruik van immuunsuppressiva hebben een groter risico op het oplopen van infecties en een ernstiger verloop. Vaccinaties zijn dé manier om (respiratoire) infectieziekten te voorkomen en zijn juist bij deze patiënten daarom een belangrijk onderdeel van de zorg.
Leerdoelen:
- Epidemiologie van verschillende respiratoire infecties in algemene bevolking en bij deze risicogroepen.
- Geïndiceerde vaccinaties bij chronische longziekten en/ of gebruik immunosuppressiva.
Op het programma staan zes werkgroep besprekingen. Er worden meerdere werkgroepen tegelijkertijd gegeven / gehouden. De sessies duren telkens één uur en elke werkgroep wordt in principe vier- of vijfmaal gegeven. Bij inschrijving kunt u kiezen welke werkgroep u wilt volgen. Het aantal deelnemers aan de werkgroep bespreking bedraagt maximaal 35 deelnemers. Het team dat een werkgroep bespreking leidt bestaat uit twee deskundigen op het gebied van het onderwerp van de werkgroep. De werkgroep besprekingen vinden plaats in de vorm van discussie tussen deelnemers en de twee deskundigen die de werkgroep leiden aan de hand van casuïstiek.
dr. Josje Altenburg, longarts
Amsterdam UMC
Pieter Goeminne MD PhD FERS, longarts
VITAZ Sint-Niklaas
Bronchiëctasieën zijn op een decennium uitgegroeid van een weesziekte naar de derde meest voorkomende chronische longziekten. Deze snelle evolutie betekent een enorme groei in onderzoek naar nieuwe therapieën en inzichten omtrent deze ziekte. In deze sessie brengen we de laatste trends en wetenschap met praktische voorbeelden.
Leerdoel:
- Begrijpen waar de huidige zorg voor patiënten met bronchiëctasieën staat en een inkijk krijgen in wat er de komende jaren
allemaal in de pijplijn zit voor deze ziekte.
prof.dr. Eva Van Braeckel, longarts
UZ Gent
dr. Jos Frencken, longarts
Erasmus MC
Zeldzame pulmonale infecties vormen een diagnostische uitdaging in de dagelijkse praktijk. Klachten zijn vaak aspecifiek en de radiologische afwijkingen kunnen verward worden met meer voorkomende aandoeningen. In deze interactieve workshop staat casuïstiek centraal en leert u wanneer u verder moet denken dan het voor de hand liggende. Belangrijk uitgangspunt: alleen wat u overweegt, kunt u diagnosticeren. Vergroot uw klinische antenne en voorkom dat deze verborgen infecties gemist worden.
Leerdoelen:
- Na afloop van de workshop kent de deelnemer de belangrijkste epidemiologische/klinische gegevens, diagnostische
technieken, en behandelmodaliteiten van een select aantal zeldzame verwekkers van pulmonale infecties.
- Na afloop van de workshop kan de deelnemer beargumenteren wanneer hij/zij gericht diagnostiek naar zeldzame
verwekkers van pulmonale infecties inzet.
prof.dr. Natalie Lorent, longarts - klinisch infectioloog
Universitair Ziekenhuis Leuven
dr. Sanne Zweijpfenning, longarts
Radboudumc
Niet-tuberculeuze mycobacteriële longziekten (NTM-PD) komen wereldwijd steeds vaker voor en vormen een uitdaging voor zowel patiënten als zorgverleners. Behandelrichtlijnen bieden een zekere leidraad maar het ziektebeeld blijft complex. In deze workshop focussen we op de kernprincipes van diagnose, patiëntgerichte zorg en behandeling. Aan de hand van praktische inzichten en klinische voorbeelden bieden we een overzichtelijke aanpak die deelnemers direct kunnen toepassen in hun dagelijkse praktijk.
Leerdoelen:
- Wanneer denken aan NTM longinfectie: herkennen van risicogroepen en manifestaties.
- Principes van aanpak - ondersteunend en antimicrobieel.
dr. Yannick Vande Weygaerde, longarts
UZ Gent
dr. David Heineman, longchirurg
Amsterdam UMC
De mogelijkheden, benaderingen bij gecompliceerde infecties in de long: empyemen, abcessen, caviteiten. Hoe werken we deze uit, wanneer wordt de voorkeur gegeven voor antibiotica, drainage of thoracale heelkunde.
Leerdoelen:
- Uitwerking complexe longinfecties.
- De risico's van heelkunde.
- Indien enkel antibiotica, dan lang genoeg behandelen.
prof.dr. Johan Van Laethem, klinisch infectioloog
UZ Brussel
dr. Ilse Kouijzer, internist-infectioloog
Radboudumc
Antimicrobial stewardship (AMS) is uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van kwaliteitsvolle gezondheidszorg. Hoewel AMS-interventies doorgaans geassocieerd zijn met betere patiëntuitkomsten, minder antimicrobiële resistentie en een efficiënter gebruik van middelen, stuiten zij soms op weerstand bij voorschrijvende artsen. Deze weerstand vloeit vaak voort uit bezorgdheid over een mogelijke beperking van de therapeutische autonomie of uit de vrees dat interventies zoals de-escalatie, omschakeling naar orale therapie of kortere behandelingsduur kunnen leiden tot minder gunstige klinische uitkomsten. In deze workshop verkennen we welke AMS-interventies relevant en haalbaar zijn binnen de pneumologie, bespreken we de beschikbare evidentie en gaan we in op de vraag hoe ver men kan en moet gaan in het optimaliseren van antibioticagebruik.
Leerdoelen:
- Deelnemers kennen de belangrijkste antimicrobial stewardship-interventies binnen de pneumologie en kunnen de
wetenschappelijke evidentie achter deze interventies kritisch beoordelen.
- Deelnemers kunnen afwegen wanneer stewardshipmaatregelen, zoals de-escalatie, omschakeling naar orale therapie
en verkorting van de behandelingsduur, veilig en verantwoord kunnen worden toegepast in de klinische praktijk.
dr. Marco Goeijenbier, internist intensivist
Spaarne Gasthuis & Erasmus MC
prof.dr. Pieter Depuydt, staflid Intensieve Zorg
Universitair Ziekenhuis Gent
Virale lagere luchtweginfecties vormen een belangrijk maar vaak onderschat onderdeel van de praktijk. In deze sessie bespreken we virale pneumonie bij volwassenen, met aandacht voor diagnostiek, klinische presentatie en het onderscheid of interactie met bacteriële infecties. Daarnaast wordt ingegaan op de impact van respiratoire virussen op onderliggende chronische longaandoeningen, zoals COPD, astma maar ook cardiovasculaire aandoeningen en diabetes. Aan de hand van herkenbare klinische voorbeelden wordt besproken wanneer virale diagnostiek zinvol is en hoe de uitslag kan bijdragen aan behandeling. Daarnaast zullen we een stukje pathogenese behandelen.
Leerdoelen:
- De belangrijkste verwekkers van virale lagere luchtweginfecties en virale pneumonie bij volwassenen herkennen en plaatsen
in de klinische context.
- Uitleggen hoe respiratoire virussen onderliggende chronische longaandoeningen kunnen ontregelen en welke gevolgen dit
heeft voor diagnostiek, beleid en follow-up.
- Beredeneren wanneer virale diagnostiek van toegevoegde waarde is bij patiënten met een lagere luchtweginfectie, onder meer
voor behandeling, infectiepreventie en antibioticagebruik.
dr. Lotte Terpstra, longarts
Noordwest ziekenhuisgroep
prof.dr. Philippe Jorens, diensthoofd Intensieve Zorg
Universitair Ziekenhuis Antwerpen
In deze sessie worden de laatste update gegeven tav de behandeling van CAP, waarbij de recent venieuwde CAP richtlijn daarin wordt meegenomen.
Tevens wordt er meer inzicht gegeven in de diagnose HAP. wat zijn de criteria en hoe behandel je? en waarom? ook maken we een uitstap naar de ICU en bespreken we de laatste literatuur tav de diagnose VAP.
Leerdoelen:
- Wat zijn belangrijkste updates vanuit de nieuwe CAP richtlijn, wanneer laat je diagnostiek achterwege en wat is de
meerwaarde van hydrocortison bij ernstige CAP.
- Wat is de definitie van HAP.
- Hoeveel komt VAP nog voor en wat zijn de laatste updates in deze.
dr. Onno Akkerman, longarts
UMCG
dr. Maria Gabrovska, longarts
CHU Saint-Pierre Brussel
Meer informatie volgt z.s.m.